
Een pleidooi voor tolerantie, in tijden van nieuwe dogma’s
Voor u staat iemand wiens vader de bedoeling had hem als rationalist op te voeden. Hij was net zo’n rationalist als ik nu ben, maar hij stierf toen ik drie jaar oud was, en het Hooggerechtshof besloot dat ik het voordeel van een christelijke opvoeding moest genieten.
Ik heb het vermoeden dat het Hooggerechtshof daar misschien later spijt van moet hebben gekregen. Het schijnt niet zoveel goed te hebben gedaan als zij hadden gehoopt. Misschien zou u zelfs kunnen zeggen dat het jammer zou zijn als er geen christelijk onderwijs meer was, omdat men dan geen rationalisten meer zou kweken.
Die ontstaan hoofdzakelijk als reactie op een onderwijssysteem dat het als heel normaal beschouwt dat een vader kan bepalen dat zijn zoon wordt opgevoed als, laten we zeggen, Muggletonian (red: Een in 1651 door twee Londense kappers in het leven geroepen protestante sekte, op grond van hun bewering de laatste twee profeten te zijn die in het bijbelboek Openbaringen genoemd worden), of in enig andere soort onzin, maar dat hem in geen geval geleerd mag worden rationeel te denken. Want dat werd in mijn jeugd als onwettig beschouwd.
Zonde en de bisschoppen
Sinds ik rationalist ben geworden heb ik ontdekt dat de wereld nog aanzienlijke ruimte biedt voor de praktische toepassing van een rationeel gezichtspunt, en niet alleen in zaken van geologie, maar ook in allerlei andere praktische zaken, zoals echtscheiding en geboortebeperking, en in een kwestie die vrij recent aan de orde kwam, kunstmatige bevruchting. Hiervan vertellen de bisschoppen ons dat dit erg zondig is, maar dat is alleen zo omdat er een tekst in de Bijbel over bestaat. Het is niet een zware zonde die iemand schaadt, dat is niet het geval. Maar zolang men nog kan zeggen, en zolang men het parlement nog kan overhalen te blijven zeggen dat iets niet gedaan moet worden omdat er een tekst in de Bijbel over bestaat, zolang is duidelijk dat er in de praktijk grote behoefte bestaat aan rationaliteit.
Zoals u wellicht weet, kwam ik in de Verenigde Staten in grote problemen, alleen omdat ik in sommige praktijkgevallen oordeelde dat het ethische advies dat in de Bijbel wordt gegeven niet doorslaggevend is, en dat men in sommige gevallen anders moet handelen dan wat de Bijbel hierover zegt. Op grond hiervan besloot een gerechtshof dat ik niet een geschikt persoon was om onderricht te geven aan enige universiteit in de Verenigde Staten, zodat ik wel enige praktische reden heb om aan rationalisme de voorkeur te geven, boven andere opvattingen.
Wees niet te zeker!
De kwestie hoe rationalisme gedefiniëerd moet worden is niet zo gemakkelijk. Ik denk niet dat het gedefiniëerd kan worden met de verwerping van het een of andere christelijk dogma. Het zou heel goed mogelijk kunnen zijn een complete en absolute rationalist te zijn in de ware betekenis van dat woord en toch het een of andere dogma te accepteren.
De kwestie is hoe u aan uw meningen komt, niet wat uw meningen zijn
De kwestie is hoe u aan uw meningen komt, niet wat uw meningen zijn. We geloven in de superioriteit van de rede. Ook als de rede u tot orthodoxe conclusies leidt, bent u nog steeds een rationalist. Naar mijn mening is het essentieel dat men zijn argumenten baseert op gronden die in de wetenschap geaccepteerd worden, en dat men iets dat men aanvaardt niet als absoluut zeker beschouwt, maar slechts als in meer of mindere mate waarschijnlijk. Ergens niet absoluut zeker van te zijn, is naar mijn mening één van de essentiëele dingen in rationaliteit.
Bewijs voor God
Hier is een kwestie uit de praktijk die mij vaak geplaagd heeft. Wanneer ik naar het buitenland ga, of naar een gevangenis of soortgelijke plaats, wordt mij altijd gevraagd wat mijn religie is.
Ik weet dan nooit of ik “agnostisch” moet zeggen, of misschien toch “atheïst”.Het is een erg lastige vraag, en ik neem aan dat ook sommigen van u daarmee geplaagd werden. Als filosoof, en wanneer ik voor een uitsluitend filosofisch gehoor zou spreken, zou ik moeten zeggen dat ik mezelf hoor te omschrijven als agnost, omdat ik niet denk dat er een doorslaggevend argument bestaat waarmee men kan bewijzen dat er geen God bestaat.
Als ik daarentegen de juiste indruk moet maken op de gewone man in de straat, dan denk ik dat ik hoor te zeggen dat ik atheist ben. Want als ik zeg dat ik niet kan bewijzen dat er geen god bestaat, dan moet ik daaraan toevoegen dat ik net zo min kan bewijzen dat de Homerische goden niet bestaan.
Geen van ons zou serieus de mogelijkheid overwegen dat al de goden van Homerus echt bestaan, en toch als men gevraagd zou worden op logische wijze aan te tonen dat Zeus, Hera, Poseidon en de hele rest van ze niet bestaan, dan zou u dat een hels karwei vinden. Dat kan men niet bewijzen.
Daarom, wat de Olympische goden betreft, en sprekend voor een puur filosofisch gehoor, zou ik zeggen dat ik een agnost ben. Maar populair gezegd, denk ik dat wij allen, wat deze goden betreft zouden zeggen atheist zijn. Voor wat de christelijke God betreft, vind ik dat we precies dezelfde lijn moeten volgen.
Scepticisme
Er bestaat precies dezelfde mate van mogelijkheid en waarschijnlijkheid voor het bestaan van de christelijke God als er voor de Homerische goden bestaat. Ik kan niet bewijzen dat de christelijke God, of de Homerische goden, niet bestaan, maar toch vind ik hun bestaan niet een waarschijnlijk genoeg alternatief om serieus genomen te worden. Daarom veronderstel ik dat ik op de formulieren die men mij bij deze gelegenheden toestuurt, “atheist” hoor in te vullen. Het blijft evenwel een heel moeilijk probleem, en soms antwoord ik het één, en soms het ander, zonder dat daar een duidelijk principe achter staat.
Wanneer men toegeeft dat niets zeker is, dan vind ik dat men ook moet toegeven dat sommige dingen veel meer bijna zeker zijn dan andere. Het is veel meer bijna zeker dat wij hier vanavond bijeen zijn, dan het is dat de ene of andere politieke partij gelijk heeft. Er bestaan in ieder geval gradaties van zekerheid, en we moeten het belang van dat feit benadrukken, omdat men anders belandt in een absoluut sceptisme, en absoluut scepticisme zou natuurlijk geheel onvruchtbaar en totaal nutteloos zijn.
Vervolging
Men dient zich er van bewust te zijn dat sommige dingen veel waarschijnlijker zijn dan andere, dat ze zelfs zo waarschijnlijk kunnen zijn dat het niet de moeite loont te bedenken dat ze in de praktijk niet totaal zeker zijn, behalve wanneer het om kwesties van vervolging gaat.
Als men zo ver gaat iemand op de brandstapel te brengen voor het ergens niet in te geloven, is het zeker de moeite waard te bedenken dat hij wel eens gelijk zou kunnen hebben, en het dus niet juist is hem te vervolgen.
In het algemeen, als iemand bijvoorbeeld zegt dat de aarde plat is, wil ik hem graag toestaan die mening zo luid als hij wil te verkondigen. Hij zou natuurlijk gelijk kunnen hebben, maar ik denk van niet. Ik denk dat u in de praktijk beter kunt aannemen dat de aarde rond is, hoewel u zich natuurlijk kunt vergissen. Daarom denk ik dat we niet voor een compleet sceptisisme moeten gaan, maar voor een doctrine van gradaties van waarschijnlijkheid.
Ik denk dat, in het algemeen, dit het soort doctrine is dat de wereld nodig heeft. De wereld is vervuld geraakt van nieuwe dogma’s. De oude dogma’s zijn vermolmd, maar nieuwe dogma’s zijn ontstaan en ik denk dat nieuwe dogma’s schadelijker zijn dan oude.
_____
Bron: http://www.positiveatheism.org/hist/russell8.htm



