visitors on myspace
Positief Atheïsme | POSITIEF ATHEÏSME <>

Positief Atheïsme

Laatste toevoegingen:

22-07-2010 Peter van Montfoort:
'Gedachten over de schepping, ontwikkeling en instandhouding van goden
'

05-07-2010 Knipsels

02-07-2010 Video Sam Harris

29-06-2010 Knipsels

28-06-2010 

Herziene tekst

'De verheerlijking van ....'

23-06-2010 Herziene tekst homepage

26-05-2010 Knipsels
22-05-2010 Knipsels

23-04-2010 Knipsels
21-04-2010 Knipsels
20-04-2010 Knipsels

16-04-2010 Knipsels

English versions of homepage and articles are available under tab 'English'

 Welkom op deze site voor mensen die zelfstandig durven denken, onbelemmerd door vooringenomenheid, religieuze dogma's en doctrine. Toch is deze site niet alleen voor hen bedoeld. Want vooral juist diegenen die zich willen bevrijden van voornoemde belemmeringen op het vormen van een eigen kritische mening, kunnen zich hier verdiepen in wat religie  werkelijk betekent, hoe die door mensen is bedacht om anderen te onderwerpen, en welke schade 'geloof' aan het rationeel denken moet toebrengen om ook werkelijk 'geloofd' te kunnen worden.

  Want hoewel het de gelovige gegund wordt datgene te geloven wat hij of zij al vanaf de ontvankelijke kinderjaren kreeg ingeprent, denkt de ongelovige toch liever zelf. Die ongelovige wil namelijk zelfstandig denken, in plaats van slechts te geloven wat anderen zeggen, die wil onderzoeken, die wil door rationele argumenten overtuigd worden. Door logisch te denken vergelijkt die zelfstandige denker de bijbelse mythologie met de verklaringen die wetenschappelijke onderzoekers hebben gevonden over de wonderbaarlijke wereld waarin wij leven. Die ongelovige vergelijkt ook kritisch de in de Bijbel weergegeven moraal van een vroeghistorische woestijngod met de hedendaagse ethiek, en prijst zich gelukkig in een tijd en een beschaving te leven waarin het goddelijk gebod 'leven om leven, oog om oog, tand om tand' voor de meesten van ons niet langer als hoogstaande moraal geldt. De ongelovige kant zich dus tegen de cynische corruptie van de rede die religie nodig heeft om te kunnen overleven, daarmee een waanidee uit de prille kindertijd van het mensdom instandhoudend, een idee dat aan bepaalde individuen op goedkope wijze macht verleent over  de goedgelovige medemens. Die ongelovige wil het recht  op de vrije gedachte van ieder individu verdedigen. Maar dit betekent ook dat de ongelovige zich dus niet kant tegen gelovigen die aan dit misleidend gedachtengoed ten prooi zijn gevallen, alleen door het blinde toeval geboren te zijn als kind van gelovige ouders. Hen werd immers al vanaf de kindertijd  voorgehouden dat men alleen door te "geloven" een goed mens kan zijn, en welk redelijk mens zou dit niet willen? En de wrede bedreiging met eeuwig hellevuur moest hen vanaf hun kindertijd sterken in die overtuiging. Juist hen moeten we proberen te helpen om om door zelfstandig denken zichzelf te bevrijden van de mentale last van dit bedrog. Maar juist tegen degenen die dit waanbeeld uit barbaarse tijden nog steeds ten eigen bate exploiteren, die daarmee dus verdeeldheid zaaien en het menselijk welzijn en geluk ernstig ondermijnen, ageert de atheïst.

 De zelfstandige denker is ook geïnteresseerd in de ideeën van andere denkers met dezelfde idealen, mensen wiens wereldbeeld evenmin door een in hun jeugd opgelegde religie vertroebeld werd. Op deze site vindt hij of zij een aantal artikelen van grote geesten die zich niet tevreden stelden of stellen met dit waanbeeld uit de kinderjaren van de mensheid. Op een bescheiden manier wil deze site dan ook een ontmoetingsplaats voor zulke gelijkgestemde geesten bieden. Die gelegenheid biedt vooral ook ons gastenboek, waarop bezoekers van deze site hun gedachten kunnen ventileren en onderling bespreken, of inhoudelijke kritiek leveren.

 Waarom is de titel van deze site "Positief Atheïsme"? We kennen allen de definities voor het "zachte" atheïsme — het niet geloven dat goden bestaan — of het "harde" atheïsme — het geloven dat goden niet bestaan. Maar wat wordt dan bedoeld met de term 'positief' in dit verband?

 Niets nieuws eigenlijk. Met die term benadrukken we slechts dat het atheïsme, juist door de ontkenning dat goden bestaan, per definitie een positieve levenshouding betekent. Men ziet immers de werkelijkheid onder ogen, in plaats van de religieuze mythe kritiekloos te aanvaarden. Daarmee aanvaardt men ook de eigen verantwoordelijkheid, in plaats van zich te beroepen op de door een fantoom bepaalde voorbestemming. We beseffen wel degelijk dat onze planeet Aarde slechts een onbeduidend stipje in dit onmetelijke universum is, en dat de mens niet meer is dan de hoogst ontwikkelde diersoort onder de vele miljoenen andere diersoorten die daarop rond krioelen. En we zijn ons er volledig van bewust die verheven status te danken te hebben aan een al vele miljoenen jaren lang gaande evolutionair proces van vallen-en-opstaan, en dat we niet op een vrijdagmiddag in elkaar geknutseld zijn door een god die primitieve zwervers in de woestijn duizenden jaren geleden bedacht hebben. We beseffen ook dat de mens zelf verantwoordelijk is voor de manier waarop hij met anderen omgaat, en dat hij door niemand anders dan door zijn omgeving beoordeeld kan worden, en dan alleen nog in het hier en nu, omdat dit het enige leven is dat de natuur ons gunt. De ongelovige weet dat als hij of zij goed doen, zij dat voor hun medemensen doen en niet voor een te verwachten beloning in een fictief hiernamaals. 

 Positief denkende atheïsten leven dus niet lijdzaam in afwachting van wat een denkbeeldige God uiteindelijk voor plannen heeft voor deze zogenaamd “met de erfzonde belaste” planeet. Zij zijn er zich er terdege van bewust dat wij allen zelf  — gezamenlijk, maar wel geheel op eigen benen — aan de toekomst van deze wereld moeten werken. Niet "met Gods hulp", maar helemaal zelf als verantwoordelijk mens. Onder andere met de bestrijding van honger, armoede, discriminatie, onderdrukking, oorlogen. Met zorg voor het milieu, zodat ook na ons deze wereld nog bewoonbaar zal blijven. Kortom met al die zaken waarover de mens invloed kan uitoefenen, en waarin we niet afhankelijk zijn van de grillen van de natuur. Serieuze atheïsten aanvaarden die persoonlijke verantwoordelijkheid naar eigen vermogen. Overigens wordt hiermee niet beweerd dat alleen atheïsten een dergelijke positieve instelling kunnen tonen. Ook veel andere ongelovigen, die immers niet persé uitgesproken atheïsten hoeven te zijn — omdat ze bijvoorbeeld in hun kinderjaren niet aan religieuze indoctrinatie blootgesteld werden, en zich daardoor de vaak kwalijke gevolgen daarvan niet kunnen voorstellen — en zelfs het weldenkende deel van de liberale gelovigen, kunnen er een minder fatalistische levenshouding op na houden.

zondvloed

 Christenen werd altijd voorgehouden dat men in een god moet geloven om goed te kunnen zijn. Daardoor kunnen ze zich zo moeilijk voorstellen dat atheïsten ook een goed leven kunnen leiden. Want die ontkennen immers het bestaan van goden! Maar net zoals we onze kinderen geruststellen dat spoken niet bestaan, willen we godvrezende christenen alleen maar geruststellen dat goden niet bestaan, zelfs hun god niet. Gelukkig maar! Stelt u zich eens voor dat iemand die vroeger — zoals zijn scheppers aan hem toeschreven  — binnen een tijdsbestek van veertig dagen de hele wereldbevolking, op één incestueus gezin na, door verdrinking zou hebben uitgeroeid. En stel u dan eens voor dat van u verwacht wordt dat u gelooft dat zo'n genocidale psychopaat invloed op uw leven zou hebben. Wat een bedreiging moet daar van uit gaan, wat een deprimerende invloed zou dat op al uw denken hebben! Wat een loodzware mentale last om een leven lang onder gebukt te gaan. Wat een immens innerlijk conflict moet dat voor weldenkende mensen betekenen om zo'n - slechts aan de fantasie van barbaarse geesten ontsproten - megalomane massamoordenaar  te moeten vereren, waarbij ze bovendien ook nog figuurlijk als "miserabele zondaars" door het stof moeten kruipen.

 Helaas zijn veel christenen door opvoeding  en geestelijkheid  zo doeltreffend geconditioneerd dat ze de ontkenning van Gods bestaan toch blijven associëren met negatieve begrippen als bv. amoreel of asociaal. Ze zijn dan al snel geneigd de nadruk op die ontkenning te leggen, en stellen in hun arrogantie zelfs vaak dat atheïsme “dus” ook ontkenning van de ethiek zou betekenen. Als dat werkelijk het geval was, zou atheïsme inderdaad amoreel zijn. Goedgelovig als christenen nu eenmaal per definitie moeten zijn (hoe kun je anders in een sprekende slang geloven, of in de maagdelijke geboorte van een waterloper, die tweeduizend jaar voor men geboren werd reeds boete heeft gedaan voor de "zonden" die men zelf nu nog moet plegen, of eerbied hebben voor een vader die zijn zoon laat dood martelen?), deze christenen dus, vereenzelvigen ethiek nog steeds met gehoorzaming aan de geboden van een fictieve god, een god die zij letterlijk vrezen. En gegeven wat ze nu eenmaal geloven, is die vrees natuurlijk niet geheel onterecht, christenen zijn niet persé dom. In hun Bijbel komen ze immers veel liederlijke bedreigingen en geboden tegen, met perverse executies zoals dat tweede (in grootte) monotheïsme die ook nog steeds op dezelfde gronden uitvoert. 

  'Wanneer iemand, uw volle broer, uw zoon of uw dochter, of de vrouw die u bemint, of uw beste vriend, u in het geheim probeert over te halen om andere goden te dienen, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van de naburige volken, vlakbij of ver weg of waar ook ter wereld, luister dan niet naar zo iemand en geef niet toe; wees onverbiddelijk, heb geen medelijden met hem en houd hem niet de hand boven het hoofd. U moet hem ter dood brengen; samen met uw volksgenoten moet u hem stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moet u de eerste steen werpen. Dat is zijn straf, want hij heeft geprobeerd u te vervreemden van de HEER, uw God, die uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd.' (Deuteronomium 13:5-9)

steniging_Iran.jpg

 Deze bijbelvaste moralisten beseffen helaas niet dat het scheppen van goden mensenwerk blijft, met alle beperkingen van dien. En in het geval van de joods-christelijke God moeten we daarbij rekening houden met de geestelijke beperkingen van nomaden die meer dan vierduizend jaar geleden in de woestijnen van het Nabije Oosten rondzwierven toen zij deze god vormgaven. Laag ontwikkelde lieden die zich nog niet bewust waren van de barbaarsheid van de toen gangbare ethiek. Zij lieten ons geen literatuur van betekenis na, geen grootse gedichten, geen beeldhouwwerken of andere kunstuitingen, geen machtige bouwwerken. Voor hen was alleen van belang dat hun god nog wreder, nog bloeddorstiger, nog machtiger moest worden dan de goden van de vaak hoger ontwikkelde volken om hen heen. Want hoe zou hun god hen anders kunnen beschermen? Toen gold nog duidelijk het recht van de sterkste, en in die regio schijnt dat tegenwoordig nog steeds zo te gelden. Zie het beleid van het hedendaagse Israël ten aanzien van de oorspronkelijke bewoners van het door hen bezette land.

 Nu we in de eenentwintigste eeuw in een geciviliseerde samenleving wonen, blijkt wel hoe ver ook de ethiek geëvolueerd is, om nog maar eens een ander "Gode onwelgevallig" begrip te introduceren. Want voorschriften als bijvoorbeeld die voor het stenigen van een ongehoorzame zoon (Deuteronomium 21: 18-21), of van een verkracht meisje (Deuteronomium 22:21) worden nu toch wel in het licht van de hedendaagse ethiek beschouwd. En gelukkig worden we nu door seculier gezag beschermd tegen blootstelling aan dit soort "goddelijke" straffen door religieuze maniakken. Ook het toewensen van verschrikkelijke ziektes en ander onheil aan mensen die het niet met je eens zijn (Leviticus 26:16) wordt nu door de meeste mensen vooral als een ernstig gebrek aan beschaving gezien. 

 Maar de op eigenbelang gerichte geestelijkheid blijft gelovigen nog altijd voorhouden dat die vrees voor de god van de Bijbel een deugd is. Dat men alleen daardoor een goed mens kan zijn. En uit de observatie dat die “Almachtige” zelf het spreken of schrijven kennelijk nooit machtig is geworden in alle eeuwen van zijn "bestaan", terwijl onze kinderen daar maar een paar jaar voor nodig hebben, durven christenen daarom nog steeds niet de voor de hand liggende conclusie te trekken, als ze zelf eens zouden denken. Hun wereldbeeld zou instorten. Zo fataal zijn de gevolgen van de leer waarmee ze op prille leeftijd werden geïndoctrineerd. 

 Hoe kon dit waanidee, het bestaan van goden, ooit ontstaan? Om de oorzaak van dit wijdverspreide bijgeloof te begrijpen, moeten we bij de prehistorie te rade gaan.  We kunnen ons goed indenken dat de primitieve mens zichzelf geplaatst zag in een wereld vol natuurverschijnselen die voor hem onverklaarbaar waren. Hij besefte, door eigen ervaring, dat sommige van die verschijnselen hem goedgezind waren, zoals het licht en de weldadige warmte van de zon die het graan deed groeien, het water dat zijn dorst leste, de schaduw die het bladerdak bood. Maar andere verschijnselen in de natuur, zoals onweer en storm schenen zich tegen hem te keren. Vroege denkers onder hen moeten naar een verklaring voor deze ongrijpbare fenomenen gezocht hebben. Want als men de drijvende kracht achter die verschijnselen zou kunnen ontdekken, dan zou men die misschien ten eigen voordele kunnen beïnvloeden. De kennis die we nu hebben was toen nog onbekend, dus was het niet onlogisch dat die vroege denkers het bestaan vermoedden van goede en kwade geesten, onzichtbaar voor de mens. Het was een conclusie die onder deze omstandigheden voor de hand lag. Die geesten zouden dan voor die natuurverschijnselen verantwoordelijk zijn. Een volgende en werkelijk geniale stap was voor sommigen om daarna te beweren dat men het exclusief voorrecht genoot om met die onzichtbare geesten te kunnen communiceren, om ze gunstig te stemmen. Want dit plaatste de betrokkene in een wel heel verheven — en haast onaantastbare — positie binnen zijn gemeenschap. De geestelijkheid was geboren! Ook al zo’n zeer oud beroep dus, nog ouder zelfs dan het beweerde "oudste beroep ter wereld", maar ook al met een moraal die daar beslist niet voor onder doet.

 In de eeuwen die volgden perfectioneerden geestelijken dit voor hen zo profitabele idee. Men kleedde het verder aan, tuigde het op, en paste het aan naar de gangbare cultuur van de plaatselijke gemeenschap. Men verzon bijpassende rituelen die die geesten gunstig zouden moeten stemmen, rituelen die de saamhorigheid van de gelovige massa (en dus de macht van de geestelijkheid) moesten bevorderen, en hun onderworpenheid benadrukken. Men gaf die geesten namen, en deelde hen taken toe. Men ging ze goden noemen, en ze actief vereren. Men creëerde goden voor de liefde, goden voor de handel, goden voor de oogst, en vooral niet te vergeten goden voor het voeren van oorlogen! Dit alles natuurlijk nog steeds onder regie van diezelfde bevoorrechte klasse die het idee bedacht hadden, want nog steeds beweerden die de onzichtbaarheid en schijnbare grillen van die goden exclusief te kunnen verklaren. Op basis van dit geniale idee ontwikkelde zich in de loop der tijden zelfs een hele pseudo-wetenschap, de theologie; een "wetenschap" niet gebaseerd op intelligent denken en een onbevooroordeelde uitgangspositie gevolgd door consciëntieus onderzoek, maar op de "goddelijke inspiratie" dat het onbestaanbare zou bestaan. Het mumbo-jumbo van de medicijnmannen van weleer verwerd tot diepzinnige theologische wartaal, geen van beiden bedoeld om begrepen te worden, maar eerder om de goedgelovige te imponeren. Kunt u zich wetenschappelijk onderzoek naar nut, noodzaak en effecten van fenomeen 'x' voorstellen, voordat het bestaan van fenomeen 'x' aangetoond zou zijn?  De Universiteit van Staphorst zou misschien nog wel onderzoek kunnen doen naar brandende kwesties als: 'Was God een goed christen?', maar echte wetenschappers - en zij niet alleen - wijden hun tijd liever aan de werkelijkheid. Die is al wonderbaarlijk en ontzagwekkend genoeg zonder dat we daar sprookjes bij hoeven te verzinnen.

 Vanuit die rigide vooringenomenheid van de geestelijkheid worden dan na moeizaam intellectueel geploeter al die elkaar tegensprekende absurditeiten in 'Gods Woord' verklaard. (En als dat al helemaal niet lukte, dan werd in afgelopen eeuwen de inhoud van Gods Onfeilbare Woord wel aangepast aan de behoeften van de geestelijkheid.) Er ontstonden verklaringen die zo verstandsverbijsterend geformuleerd zijn dat ze behalve de toch al gelovigen, niemand anders kunnen overtuigen. Het zijn geen falsifieerbare verklaringen die op logische conclusies uit waargenomen aanwijzingen berusten, maar verklaringen uitsluitend op gezag van diezelfde pseudo-wetenschap. En dat valt heus nog niet mee. Probeer maar eens aan diepbedroefde nabestaanden te verklaren waarom die "Goedertieren" en "Almachtige" God het in Zijn "Oneindige Wijsheid" nodig vond een geliefde een voortijdige dood te bezorgen. Of op grotere schaal, waarom in Afrika dagelijks duizenden de hongerdood sterven. Waarom een tsunami honderdduizenden onschuldige slachtoffers kan maken. Waarom er zo veel vreselijke ziekten bestaan. Waarom aardbevingen zo veel slachtoffers eisen. Dat vergt vele jaren van studie. En over de eeuwen heen werden hier vele cirkelredeneringen, drogredenen en andere valse argumenten voor bedacht. De medicijnmannen van weleer werden professor in de theologie, de gewelddadige fantasieën van primitieve barbaren werden goddelijke openbaringen, het onbestaanbare geloven de hoogste deugd, het kritisch denken ontmoedigd, en de rede weggehoond door religieus bijgeloof. 

 Met het verloren gaan van veel oude beschavingen en culturen, stierven veel van de daarin geboren goden gelukkig ook weer een stille dood. Zoniet echter de god van de Hebreeën. Het geloof in deze god werd sterk bevorderd doordat  keizer Constantijn in het jaar 313 de religieuze onrust in zijn rijk meende te moeten bezweren door uitvaardiging van het zogenoemde Edict van Milaan. Die onrust was onder andere ontstaan doordat diverse Jezusculten in conflict kwamen met de religie van de eveneens in het Romeinse rijk ingelijfde Hebreeën. In dit Edict van Milaan werd het christendom tot één van de vele officiële religies van het Romeinse rijk geproclameerd. En aangezien voorbeelden uit die tijd aantonen dat de gezondheid ernstig geschaad kon worden door blijken van onenigheid met de keizer, werd dit ook algemeen aanvaard. Mede hierdoor zou die religie kunnen uitgroeien tot de grootste van de westelijke wereld.

brandstapel

 En ze werd  oppermachtig; een ongelukkige periode van stilstand — en achteruitgang — in de ontwikkeling van de westerse wereld die nog steeds wordt aangeduid als de Duistere Middeleeuwen. De rooms-katholieke kerk beschikte toen nog over grote politieke macht en sterke argumenten — zoals de beruchte Inquisitie met zijn martelingen en brandstapels — om de massa van haar gelijk te overtuigen. En die macht zou nog lang blijven voortbestaan. Tegenwoordig moet dit door en door verdorven machtsinstituut zich in een meer verlichte maatschappij weliswaar behelpen met de indoctrinatie van onschuldige kinderen, hoe immoreel ook dit nog steeds is, maar die beperking moest wel eerst door een verlichte gemeenschap op die kerk bevochten worden. Theïsme was toen nog de norm, atheïsme de uitzondering. En atheïsme bekennen was zelfs levensgevaarlijk. Pas na de Verlichting verspreidde zich op grote schaal het idee van de in vrijheid geboren mens, die het bestaan van goden durfde ontkennen, die het bedrog van de geestelijkheid doorzag, die durfde leven naar eigen ethische inzichten, gericht op menselijk geluk in een harmonieuze samenleving. Van de opbloei van  wetenschap en cultuur die daar het gevolg van is, profiteren wij allen dagelijks, ook de gelovigen.

 Dat desondanks het atheïsme door gelovigen nog steeds  als negatieve instelling wordt afgedaan, wordt vaak ook veroorzaakt door een misplaatst superioriteitsgevoel. Het christendom heeft helaas een lange geschiedenis binnen onze westerse samenleving, en uit veel gezegden in ons taalgebruik blijkt nog steeds hoe vanzelfsprekend dit waanbeeld in onze samenleving ingeburgerd raakte. Zo wordt met de zegswijze: 'Zich aan God noch gebod storend', die christelijke eigenwaan nog steeds tot uitdrukking gebracht. Terwijl in werkelijkheid het enige verschil tussen atheïsten en christenen is dat atheïsten in slechts in één god minder geloven dan zij. Want van de talloze goden die de mensheid zich gedurende zijn lange ontwikkeling heeft ingebeeld, wereldwijd en in diverse culturen, erkent de monotheïstische gelovige er nu ook nog maar slechts één, met uitsluiting van al die anderen. Waarom voor christenen die keuze op de god van de Hebreeën moest vallen, zal altijd wel een raadsel blijven. Want het is en blijft een merkwaardige keuze. Zo kan ieder die het lezen geleerd heeft, bij raadpleging van de Bijbel — het "Woord Gods" immers — voor zichzelf de juistheid vaststellen van onderstaande constatering:

 'De God van het Oude Testament is zo’n beetje het onaangenaamste personage dat de literatuur ooit heeft voortgebracht. Hij is jaloers en er nog trots op ook; hij is een kleingeestige, onrechtvaardige, onverzoenlijke regelneef; een haatdragende, bloeddorstige pleger van etnische zuiveringen; een vrouwenhatende, homofobe, racistische, kinderen en volkeren uitmoordende, drammerige, megalomane, sadomasochistische, onvoorspelbaar boosaardige dwingeland. Degenen onder ons die van kindsbeen af zijn onderricht in zijn ‘wegen’, kunnen ongevoelig worden voor de verschrikkingen van die wegen. Een naïeveling die gezegend is met een onbevangen blik op de materie zal zich er een duidelijker beeld van kunnen vormen.'                                          Richard Dawkins in “God als misvatting” 


 Waarom dan toch nog steeds die bewondering voor dit literaire wanproduct? Kunnen we ook maar iets van dit afschuwwekkend monster herkennen in het karakter of de gedragingen van zijn volgelingen? Nee, nee, nee, gelukkig niet! Nu niet meer. Het zou niet langer een voorrecht zijn in het hier en nu te leven. Want zoals  Nietzsche al meer dan honderd jaar geleden schreef: 

                  'De christelijke kerk heeft niets onbezoedeld gelaten met z'n verloederende werking.
                 Alles wat van waarde was, heeft het in waardeloosheid doen verkeren; iedere
                 waarheid in een leugen veranderd; iedere vorm van integriteit in iets laag bij de
                 gronds. Het leeft bij de gratie van ellende. Het creëert ellende om zelf te overleven.
                 De zonde bijvoorbeeld is door de kerk uitgevonden en verbeterd: Deze "gelijkheid-
                 van-iedere-ziel-voor-god" is de grootste leugen aller tijden en is het slechtste, dat
                 de mensheid ooit is overkomen.'                            Friedrich Nietzsche (1844-1900)

 Is die aanbidding dan uitsluitend uit angst voor eeuwige marteling in een denkbeeldig hiernamaals, zoals Jezus zo liefdevol beloofde? Of is het een vastklampen aan een imaginaire machtige beschermheer, door mensen in nood of met weinig zelfvertrouwen? Mensen die behoefte voelen aan iemand aan wie je al je zorgen en verlangens kunt toevertrouwen, die je nooit tegenspreekt, of in de rede valt? Die nooit moe wordt van al je klachten? Die nooit het gesprek afbreekt omdat "er iets overkookt" of omdat er "iemand aanbelt"? Want je beseft wel degelijk dat dagelijks duizenden dode christenen aanbellen om in de hemel opgenomen te worden.

 Of wordt die houding misschien ook bepaald door het zg. "Stockholm syndroom"? (zie onder). Er is immers een duidelijke parallel, als men de geestelijkheid zou moeten geloven. Want dan zou de gelovige voor al zijn levensbehoeften volkomen afhankelijk zijn van die imaginaire God, en zou hij daarin dan ook voorzien. Maar, volgens "Zijn Woord" is die god ook meedogenloos wreed in zijn wraak voor afvalligheid. Ziet u wel hoe knap dit allemaal uitgedacht is? Als men in die mythe gelooft, wordt men die god toch weer dankbaar voor wat men van hem "krijgt". 

 Toch blijft het een raadsel hoe ook intelligente mensen die vrees voor God kunnen (blijven) koesteren. Voer voor psychologen misschien. Voor mij het zoveelste bewijs voor mijn stelling, die tevens aanleiding was voor de publicatie van deze website: 'Religie corrumpeert het gezond verstand' 

 Welnu, de atheïst ontkent ook het bestaan van deze laatste "overlevende" god, en doet dat op goed beredeneerde gronden:

                 'Religie ondersteunt niemand. Het moet ondersteund worden. Het produceert geen tarwe,
                geen maïs; het ploegt geen land; het velt geen wouden. Het is een eeuwige bedelaar. Het
                leeft van de arbeid van anderen, en heeft dan de arrogantie voor te wenden dat het de
                gever ondersteunt.'
                Robert G. Ingersoll in "A Christmas Sermon" in de Evening Telegraph van 19 dec. 1891

 

Wat is het oogmerk van deze site?

 Tegenwoordig is ongeveer tweederde van alle Nederlanders onkerkelijk. Dit aandeel groeide in de afgelopen decennia op spectaculaire wijze, van 26% in 1958 tot 66% in 2006, en het aantal onkerkelijken groeit nog steeds. De rest van onze bevolking is onderling verdeeld (letterlijk!) in diverse godsdiensten, waarvan de hoofdstromen bestaan uit, in volgorde van grootte, rooms-katholieken, Nederlands-hervormden, gereformeerden, moslims en hindoes. En al die stromingen zijn dan ieder weer onderverdeeld in een verbijsterende hoeveelheid substromingen, die het geen van allen volledig met elkaar eens zijn, maar wel allemaal denken dat alleen zij de goddelijke waarheid in pacht hebben. En die "waarheid" aan ons willen opdringen.

 Ter illustratie de aanhef van een bericht over de huidige verhoudingen, in NRC Handelsblad van 5 september 2006:

                  Protestanten en katholieken worden kleine minderheden

   Het ontkerkelijkingproces in Nederland zet verder door, maar de snelheid ervan neemt af. In 2020 zal 72 procent van de bevolking buitenkerkelijk zijn. Onder jongeren geboren na 1975 is dat cijfer nu al bereikt. Protestanten en katholieken zullen in 2020 nog kleine minderheden zijn. Hoewel de kerkelijkheid van Nederlanders verder terugloopt, veranderen religieuze opvattingen daar niet parallel mee. Tussen 1991 en 1996 steeg het aantal mensen dat gelooft in een leven na de dood van 48 naar 53 procent. Daarna daalde dit cijfer iets. Het percentage mensen dat in wonderen gelooft steeg van 31 procent in 1991 naar 43 procent in 2004. Het aantal katholieken daalt, volgens de prognose van het SCP, van 42 procent in 1958, via 17 procent in 2004 naar 10 procent in 2020. Het aandeel hervormden daalt van 23 procent in 1958, 6 procent in 2004 naar 2 procent in 2020. Voor gereformeerden zijn deze cijfers respectievelijk 8 procent in 1958, 4 procent in 2004 en 2 procent in 2020. De aanhang van de overige kerkgenootschappen stijgt, zo verwacht het SCP, naar ruim 7% in 2020.

 
 Tot zover dit bericht. Als we in het kader van dit betoog de religies van nieuwe inwoners nog even buiten beschouwing laten, dan blijkt dat nog maar minder dan een derde deel van de Nederlandse bevolking als gelovige staat geregistreerd. En hoeveel van hen zouden alleen nog maar als zodanig staan ingeschreven omdat hun ouders hen al bij de geboorte dat etiket hebben opgeplakt? Lang dus voordat zij zelf ook nog maar ergens een mening over konden vormen?

 Een typerend voorbeeld van de 'universele waarheid' van het christelijk geloof vormt het overzicht van kerken van verschillende denominaties in de gemeentegids van een provinciestad met 90.000 inwoners, een lijst die dertig (!) verschillende christelijke stromingen vermeldt. Als we gemakshalve het landelijke gemiddelde — een derde — op de bevolking van deze stad toepassen, blijkt dus dat 30.000 inwoners dertig verschillende stromingen aanhangen. Erg overtuigend wordt het allemaal niet op deze manier. (Voor de geïnteresseerde lezer worden die dertig stromingen in het addendum met name vermeld). Men zal in eigen woonplaats waarschijnlijk een soortgelijk beeld aantreffen.

 En toch zijn het vooral juist die christelijke minderheden die voortdurend proberen hun mening aan ons op te dringen, en ons hun specifieke waarden en normen willen opleggen. Want wat ze wel in al hun verscheidenheid verenigt is hun typerende zendingsdrang. Een beschamende vertoning vond bijvoorbeeld plaats toen onze Tweede Kamer enige jaren geleden debatteerde over de invoering van nieuwe  euthanasiewetgeving. Een groep kinderen van een christelijke school werd door hun leraren naar het Binnenhof gestuurd om daar te protesteren over een onderwerp waarover ze nog onmogelijk zelfstandig een opinie hadden kunnen vormen! En zo is er nog veel meer, u zult het zelf wel dagelijks ervaren.

 Ook veelbetekenend in dit verband is, dat in ons land de grootste regeringspartij enige jaren geleden uit een samenbundeling van christelijk-politieke minderheden is ontstaan, die destijds uit machtshonger hun onderling  conflicterende principes verkwanselden, om zo de verloren gegane politieke macht te herwinnen. En dat gebeurde in een samenleving die al sinds de Verlichting een scheiding tussen Kerk en Staat nastreeft! En zo worden wij nog vrijwel dagelijks geconfronteerd met christelijke en christelijk-politieke uitingen, in woord en geschrift, in beeld en geluid, met de arrogante pretentie dat deze normen en waarden universeel geldig zouden zijn, voor de hele mensheid.

 Zelfs op de rand van onze nieuwe euromunten staat ook nu nog — in de eenentwintigste eeuw! — weer opnieuw die naïeve smeekbede 'God zij met ons'! Nagenoeg dezelfde hartenkreet, maar dan meer naar de volksaard als Befehl geformuleerd: 'Gott mit uns', stond trouwens ook al op de gespen van onze bezetters in de laatste wereldoorlog. Die God/Gott moet het maar druk hebben gehad, want hij streed natuurlijk ook nog mee aan geallieerde zijde. 

gottmituns

 Hoewel deze christelijke uitingen niet allemaal even verwerpelijk zijn, en het in ons democratisch bestel voor een ieder vrij staat zijn mening te verkondigen binnen de grenzen van het betamelijke, geven ze zo wel een eenzijdig en sterk vertekend beeld van de dagelijkse belevingswereld van zowel de meeste Nederlanders, als van die van de meeste West-Europeanen.

 Daarentegen zijn serieus kritische beschouwingen door grote denkers en wetenschappers, over oorsprong en gevolgen van het christendom en zijn bijbel, en signalering van hierdoor veroorzaakte misstanden in onze samenleving, niet alleen zeldzaam in onze dagelijkse lectuur, maar ook in Nederlandstalige publicaties op internet. Mogelijk is dit een afspiegeling van de onachtzaamheid van veel ongelovigen, en die zich niet realiseren hoe zo de verdeeldheid in de samenleving bewust instandgehouden en zelfs bevorderd wordt, en welke dubieuze gevolgen die christelijke invloed op ons leven kan hebben. Zie bijvoorbeeld de discussies over de abortuswetgeving of het euthanasiebeleid.

 Op deze plaats proberen we die lacune te vullen met vertalingen van artikelen over dit onderwerp op Engelstalige web sites. Want het Engels mag dan wel de webtaal bij uitstek zijn, en veel van wat grote denkers hebben geschreven wordt in die taal op het web gepubliceerd, toch is dit niet altijd voor iedereen even toegankelijk. Maar ook de nog zeldzame artikelen van atheïstische denkers die in ons land gepubliceerd worden, zullen waar mogelijk en toepasselijk, hier hun plaats vinden. Wij hopen dat deze site een beetje zal bijdragen aan verdieping van inzicht!

Voor wie is deze website bedoeld?

 In principe natuurlijk voor iedereen die in dit onderwerp geïnteresseerd is. Voor ieder die zich afvraagt hoe dit waanidee van een primitieve volksstam uit de oriëntaalse oudheid nog tot in de eenentwintigste eeuw in de westerse wereld kon overleven. Het is de onschatbare verdienste van internet, dat iedereen, dus ook de kritische denker, hierop zijn meningen ongecensureerd kan publiceren. Natuurlijk blijft het de eigen verantwoordelijkheid van de lezer, en zijn exclusief privilege, om uit die vrijwel onbegrensde hoeveelheid informatie, het kaf van het koren te scheiden. Dat geldt dus ook voor de lezer van deze site. Die heeft het volste recht het niet met de geboden argumenten eens te zijn. Want zendingsdrang is ons vreemd, die laten we graag aan de gelovigen over. Zij moeten er hun plaatsje in de hemel nog mee verdienen.

 Maar vooral denken wij aan al diegenen die als onschuldig kind naar een christelijke school werden gestuurd, of in een christelijke omgeving werden opgevoed. Hun werd een 'overtuiging' opgedrongen die uitsluitend te wijten is aan het blinde toeval in een christelijk gezin geboren te zijn. Sommigen van hen zullen misschien — ook toen al — zelf onafhankelijk en kritisch zijn gaan denken, en moeten daardoor op zijn minst aan het twijfelen zijn gebracht. Anderen zullen dat misschien pas op latere leeftijd zijn gaan doen, op grond van de waarneembare werkelijkheid en het gezond verstand. De gewetensstrijd die daardoor kan ontstaan mag niet onderschat worden.

 Het effect van het voorgespiegelde schrikbeeld van hellevuur voor afvalligen, zoals dat in de ontvankelijke kinderziel werd geplant, is groot. Wie eenmaal in het rijk van de angst is ingelijfd, heeft grote morele kracht nodig om zichzelf daaruit te bevrijden, te durven bevrijden. En dit wordt nog eens extra moeilijk als men al vanaf de kindertijd werd voorgehouden gezonde twijfel aan te zien voor door de "Duivel" ingegeven "zondige gedachten",  die onderdrukt moeten worden (omdat anders het bedrog wordt doorzien).

 Aan die medemens hopen wij door het aanbieden van redelijke argumenten een beter inzicht te verschaffen, zodat hij of zij daar — als onafhankelijk geboren vrije geest — zelf zijn of haar conclusies uit kan trekken. Zodat zij zelf de eigen verantwoordelijkheid in dit leven te aanvaarden, want dit is het enige leven, de enige kans die we ooit krijgen om goed te doen. Want de gelovige mag dan wel geloven, maar de ongelovige denkt toch liever zelf, en oordeelt dan ook zelf, op grond van bewijzen.

Voor wie is deze site niet bedoeld?

 Zoals uit het bovenstaande mag blijken, is deze site bepaald niet bedoeld voor christenen die ervan overtuigd zijn voor hun dagelijks leven steun te kunnen ontlenen aan religie, en die steun ook werkelijk menen te ervaren. Want behalve vertrouwen in eigen intelligentie en erkenning van eigen verantwoordelijkheid, kunnen wij hen geen alternatief voor morele steun bieden; die moeten zij in zichzelf en bij hun naasten zoeken, want er is geen denkbeeldige Hemelse Vader of andere mythische figuur die over hen waakt. Bovendien streven wij er ook niet naar hun diepste overtuigingen aan het wankelen te brengen. Religieuze zendingsijver is ons vreemd. Voor hen is dit dus het juiste moment om schouderophalend deze site weer te verlaten, en in gelovige gelukzaligheid verder te leven.

Addendum

 Een opsomming van de hiervoor genoemde christelijke stromingen in een provinciehoofdstad:

1. Evangelische Gemeente - 2. Lutherse Gemeente - 3. Volle Evangelie Gemeente - 4. Volle Evangelische Gemeente Perspectief - 5. Vrije Evangelische Gemeente - 6. Christelijk Gereformeerde Kerk - 7. Geref. Gemeente - 8. Gereformeerde Kerk - 9. Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt -10. Protestantse Gemeente - 11. Rooms-katholieke Kerk - 12. Ark of Covenant Church - 13. Baptisten Gemeente - 14. Bethel Pinksterkerk - 15. Doopsgezinde Gemeente - 16. Gemeente Gods - 17. Jehova’s Getuigen - 18. Joodse Gemeente - 19. Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen - 20. Leger des Heils - 21. Liberaal Joodse Gemeente - 22. Nieuw Apostolische Kerk - 23. Oecumenische Basisgemeente -  24. Orthodoxe Kerk van de Heilige Panteleimon -  25. Pinkstergemeente - 26. Remonstrantse Gemeente - 27. Samen op weg - 28. Vrij-Katholieke Kerk - 29. Vrije Baptistengemeente - 30. Zevende-dags Adventisten.

 Opmerking: Bovenstaande opsomming is een momentopname uit 2005. Recenter onderzoek in 2007 bracht weer nieuwe stromingen aan het licht, terwijl sommige anderen verdwenen leken. Waarschijnlijk is dit het gevolg van de fusie die onder de naam PKN (Protestante Kerken in Nederland) in 2006 na veel interne strijd gedeeltelijk heeft plaatsgevonden. Die "universele waarheid" blijft plooibaar.

_______________________

 Het Stockholmsyndroom is het psychologisch verschijnsel waarbij de gegijzelde sympathie voor de gijzelnemer krijgt. De benaming komt van de Norrmalmstorg-overval op de Kreditbanken aan het Norrmalmstorg in Stockholm en de daaropvolgende gijzeling van 23 tot 28 augustus 1973. De gegijzelden namen het voor hun gijzelnemers op, zelfs nog ná de zesdaagse gijzeling. Tijdens de verhoren hielden ze zich in ten voordele van de gijzelnemers. De criminoloog en psycholoog Nils Bejerot, die de politie toen bijstond, gaf uiteindelijk de naam aan dit verschijnsel.
 Aangenomen wordt dat het Stockholmsyndroom tot ontwikkeling kan komen in een omstandigheid waar de gijzelnemer absolute controle over de gegijzelde kan uitoefenen en binnen die absolute controle voorziet in de basisbehoeften van het slachtoffer, bijvoorbeeld door het geven van voedsel of beschutting. Voor buitenstaanders is dit een paradoxale situatie, omdat het ook bij de gegijzelde bekend is dat hij zich slechts in een afhankelijke situatie bevindt als gevolg van de acties van de gijzelnemer. (Wikipedia)
_____

BAADE022-0571-424E-A133-C5A92933C418
__________________________________________________________________________________________________________________
                                                        

Alle vertalingen van artikelen © 2005-2010 Peter van Montfoort